Wout Sorgdrager Communicatie


Een goede interpunctie kan je tekst leesbaarder en duidelijker maken. En het omgekeerde is ook waar: een slechte interpunctie maakt je tekst vaak onduidelijk en kan je tekst een 'schoolkrantkarakter' geven. Hierna vind je heel kort enkele regels. Ik ga overigens erg kort door de bocht. Als je écht wat wilt kijk dan bij literatuurtips.

Punt

De punt is nog het meest eenvoudige leesteken. Je plaatst een punt aan het einde van een zin.

Komma

1. Tussen twee persoonsvormen

2. Tussen zinsdelen als dat nodig is voor de duidelijkheid of om je lezer een beetje adem te geven

3. In opsommingen binnen een zin

Voorbeelden

-       Zoals Multatuli sprak, schreef hij ook.

-       Via de website kunt u eenvoudig contact opnemen met ons, bijvoorbeeld voor het doorgeven van een verhuizing.

-       U kunt er onder andere gebruik maken van het digitale archief, zich abonneren op de nieuwsbrief, de laatste ontwikkelingen op het gebied van kunst en cultuur lezen en achtergrondinformatie vinden.

Let op: onderstaande zinnen betekenen iets anders:

-       De journalisten die in deze crisis goed werk hebben geleverd, krijgen een ruimer reisbudget. (beperkende bijzin)

-       De journalisten, die in deze crisis goed werk hebben geleverd, krijgen een ruimer reisbudget. (uitbreidende bijzin)

De puntkomma

Je plaatst de puntkomma tussen twee zinnen die ook los van elkaar kunnen staan maar wél nauw met elkaar verband hebben.

-       Jan gaat naar huis; hij is moe.

-       Jan gaat naar huis. Hij is moe.

Dubbele punt

De dubbele punt gebruiken we als we iets willen aankondigen. Een opsomming bijvoorbeeld, of een uitleg, een citaat of een reden.

Drie voorbeelden uit de Taal top 100:

-       Het is zover: volgend jaar gaan we trouwen.

-       Rob zei: 'Volgend jaar gaan we trouwen.'

-       Het wordt druk volgend jaar: trouwen, promoveren en verhuizen.

Er zijn mensen die in dit soort gevallen een puntkomma gebruiken. Dat is gewoon fout.

Het vraagteken

Een vraagteken sluit een vraagzin af. We gebruiken vraagtekens wat weinig. Wat zijn voordelen van een vraagteken? Het vraagteken betrekt de lezer bij de tekst. En bovendien kun je er kortere zinnen mee maken.Vergelijk de volgende passages:

-       Om in aanmerking te komen voor een gratis chocoladereep moet u betalen met uw pinpas.

-       Wilt u in aanmerking komen voor een gratis chocoladereep? Betaal dan met uw pinpas.

Soms gebruiken mensen ook wel een vraagteken middenin de zin. Wees daar heel zuinig mee.

-       Na het doordachte (?) commentaar van de bisschop viel er een stilte.

Het uitroepteken

Wees ook zuinig met uitroeptekens! Zet er nooit meer dan één achter elkaar!!! Dat maakt een knullige indruk. Toch kan een uitroepteken de kracht van je zinnen soms vergroten.

Vergelijk:

-       Vanaf 1 januari kunt u alleen nog printen als u een inlogcode hebt.

-       Vanaf 1 januari kunt u alleen nog printen als u een inlogcode hebt!

Het beletselteken/gedachtepuntjes

Van Dale zegt over het beletselteken: 'leesteken bestaande uit enige (m.n. drie) puntjes, die aanduiden dat de zin is afgebroken, een woord is weggelaten, een gedachte niet volledig is opgeschreven'

We gebruiken het beletselteken om de lezer duidelijk te maken dat-ie hier zelf wat moet of kan invullen. Net als het vraagteken doet dus het beletsel teken een direct beroep op de zelfwerkzaamheid van de lezer. Gebruik het wel met mate. Lezers willen meestal niet zelf denken.

-       Hoe hij deze avond moest doorkomen …

Het gedachtestreepje

De term 'gedachtestreep' gebruiken we voor twee leestekens: de enkele gedachtestreep en de dubbele gedachtestreep.

Een enkele gedachtestreep gebruiken we om een gedachtesprongetje te markeren.

-       Ik drink niet meer – maar ook niet minder.

Dubbele gedachtestreepjes gebruiken we om een toevoeging of terzijde te plaatsen:

-       De mannen – ze droegen oranje hesjes – liepen langs het veld.

Haakjes

Haakjes gebruiken we voor een terzijde. Meestal is dat een toevoeging of een verklaring. Soms is dat ook de bron waarop men zich beroept.

-       De man (hij had een oranje hesje aan) liep pontificaal langs het veld.

-       Veel vrouwen blijven thuis als een van de kinderen ziek is (er is kennelijk geen sprake van dat de man dat doet) hetgeen leidt tot een hoger verzuimpercentage.

-       Balkenende eist van zijn partijgenoten dat ze achter zijn besluit staan om de polder terug te geven aan de zee (NRC, 10 oktober 2009).

Aanhalingstekens

Er zijn twee soorten aanhalingstekens: de enkele en de dubbele. Welk teken je waarvoor gebruikt is niet eenduidig geregeld. Hier gebruiken we de richtlijnen van de Taaladviesdienst van het genootschap Onze Taal. In feite kun je toe met enkele aanhalingstekens.

Je gebruikt aanhalingstekens om een citaat of een letterlijke quote aan te duiden. Dus:

-       Hij zei: 'Morgen regent het opnieuw.'

Aanhalingstekens gebruik je verder in de volgende gevallen:

-       Je wilt duidelijk maken dat je iets ironisch bedoelt: Dat is weer een 'topprestatie'

-       Je gebruikt het woord in een zelfnoemfunctie: het woord 'tafel' telt vijf letters.

-       Je hebt het woord zelf bedacht: De 'versuffing' van onze vergaderingen, begint me tegen te staan.

-       Je gebruikt het als je duidelijk wilt maken dat het niet jouw woord is maar dat een ander dat gebruikte: Kinderen noemen de delete-toets ook wel de 'gumknop'.

Dubbele aanhalingstekens kun je gebruiken bij een citaat in een citaat:

-       Hij zei: ‘Piet zei: “Ik ga.” maar Piet ging niet.’

Interpunctie bij opsommingen

Zie: Opsommingen

Gebruikte literatuur

P. Burger, J. de Jong, Handboek stijl; Adviezen voor aantrekkelijk schrijven. Noordhoff uitgevers. Groningen, 2009  ISBN 978-90-01-70965-5

Genootschap Onze Taal, Taal-top-100. SDU Uitgevers, Den Haag 2007. ISBN 978 90 12 12293  1

J. Renkema, Schrijfwijzer 4e druk, 2e oplage. SDU Uitgevers, Den Haag, 2002  ISBN 90 12 09023 7

Terug naar 'Over schrijven'


Wout Sorgdrager Communicatie Martinikerkhof 24 9712 JH Groningen M 06 233 96 475

Lid van TEKSTNET, branchevereniging van tekstschrijvers