Mijn vrouw was laatst bij een feestje. Er waren veel andere jonge, hoogopgeleide vrouwen. Waarover spraken zij? Over de vraag of “je al gevraagd bent”.

Ze kwam wat onthutst thuis. Ik deel haar onthutsing.

Het bracht me terug bij het moment dat wij gevraagd werden of vroegen. Hoe ging dat in z’n werk? We konden ons het moment suprême geen beiden herinneren. Een logische conclusie zou kunnen zijn dat we elkaar niet vróégen omdat het nu eenmaal “moest”, maar dat is niet zo. We kózen voor het huwelijk, heel bewust. Maar wanneer? Hoe? Waar? Ik ben niet door de knieën gegaan, zoveel is zeker. En ik veronderstel dat ook mijn vrouw niet door haar knieën is gegaan. Het gebeurde gewoon.

Voor ons was de huwelijkse staat een kwestie van “gemakzucht”. Natuurlijk, we hadden naar de notaris kunnen gaan om een en ander te regelen maar waarom zouden we? Dat wat de notaris regelde, kon je net zo goed per huwelijk regelen. En dat we een week later ons samenzijn groots vierden, in de kerk (jawel) en met een mooi feest, dat zouden we ook gedaan hebben als we ons hadden beperkt tot een notarisbezoek.

Those were the days. Hoogopgeleide zelfbewuste vrouwen willen de huwelijkse staat dolgraag bemachtigen. En dan hebben ze een vriend. En dan wachten ze smachtend  tot die vriend hen vraagt …

Vrouwen, wat is er met jullie gebeurd?

Leave a Reply