Het zijn wonderbaarlijke dagen, de dagen tussen kerst en Driekoningen. Het leven maakt als het ware een pas op de plaats. De eerste dagen zijn in mijn hoofd nog angstig goed gemarkeerd. Maar zo tegen Oud en Nieuw loop ik vast. Onze strandingsdatum was dit jaar 30 december.

Het begrip ‘strandingsdatum’ leerde ik van de verzekeraar die ik moest bellen toen we bij het huisjespark in de Ardennen aankwamen. Mijn vrouw had ons zonder mankeren van Groningen naar Sittard en van Sittard naar de Ardennen gereden. Toen ik de auto even naar de parkeerplaats zou rijden – ik ben de beroerdste niet – vloog hij in brand. Nou, brand … Ik ben een jongen. Ik maak het graag wat groot. Er kwam een enorme rookwolk uit de motorkap maar omdat ik achteruit reed, zag ik dat niet. Ik rook het.

En stopte. Gestrand in de Ardennen. Gelukkig hadden de reisgenoten die er al eerder waren aangekomen ook een auto. We konden boodschappen doen.

In de vele telefoongesprekken die we naderhand met de verzekeraar voerden, moest ik telkens vertellen wanneer het gebeurde. Ik had geen idee meer. Mijn gevoel voor uur en dag en tijd was weg. We leefden in een vacuĆ¼m, in de tussentijd. Weg van alles, los van alles.

De rest van ons gezelschap vertrok. Wij moesten wachten tot de auto klaar was. Toen we hem konden ophalen, was het donderdag. Eigenlijk maar 4 dagen later. Er was niets gebeurd dacht ik. Maar toen we die ochtend de app lazen, lazen we dat die nacht de moeder van een reisgenoot was overleden. Zij vertrokken woensdag. We zien elkaar woensdag weer.

Leave a Reply