Dinsdagavond, zo tegen half zes, schemer op het kerkhof vóór, hoorde ik áchter een merel. Nou ja, een vogel. Kwinkelerend. Echt. Het was geen gefluit, het was geluid. Het ging alle kanten op. Ik realiseerde me hoezeer ik dat geluid had gemist. Zoals je pas merkt dat de afzuigkap aanstaat als je hem uitzet. Maar waar dat laatste fijn is, was dit plots gemis pijnlijk.

Ik deed voorzichtig de achterdeur open om het beestje beter te horen. Dat had ik niet moeten doen. Het was weg. Toch hing er iets in de lucht wat je met wat Amsterdamse overmoed ‘lente’ zou kunnen noemen. Het was een stille schemer die vanaf het kerkhof zich over de daken uitstrekte en neerstreek in ons tuintje.

De vetbollen bungelden onaangeroerd aan hun draadje. Al bijna een maand. ‘Natuur is voor tevredenen of leegen’ dichtte de dichter. Ik vroeg me af: ben ik leeg, of gewoon tevreden?

Leave a Reply