De speelgoedtelefoon staat in voorkamer boven op de poef. Beneden ligt het kleed op z’n plek. De banaan is gekeurd op rijpheid. Het flesje uitgekookt en het broodje voor tussen de middag bijna ontdooid.

Ik legde de nieuwe warme trappelzak in het bedje en zette lammetje en kleine beer links en rechts van het hoofdeinde. De grote beer en de hond haalde ik juist uit het bedje; iets doet mij vermoeden dat hij die knuffels te groot vindt. In het waskamertje zette ik het nijlpaardje rechtop naast het aankleedkussen.

Het nijlpaardje … Er komt een grote brede glimlach om me en in me als ik het beestje zie en me voorstel hoe blij Lasse zal zijn als-ie hem ziet. Die stralende lach als ik ‘Slaap kindje slaap’ ontlok aan het speeldoosje in de buik van het nijlpaard en hij de grote houten kraal in de mond neemt die aan het uiteinde van het koordje zit dat uit nijlpaards kruis hangt. Ik kan er ook niets aan doen.

Iedere keer ben ik weer verrast over wat zo’n jongen met je doet. Want als men mij op 1 februari een andere knul had laten zien was ik er net zo blindelings en sprakeloos van gaan houden. Die liefde is dus niet aan dat ene individuutje gekoppeld maar komt kennelijk voort uit mijn behoefte om lief te hebben. Dat klinkt eigenlijk best sneu.

Gelukkig werd Lasse niet die heel andere knul maar zichzelf, gefascineerd door een nijlpaard.

 

 

Leave a Reply