In die sluimerende halfwaakstand, dat eindeloze moment tussen slaap en waak, dat moment waarin je niet meer droomt maar waarin je ergste angsten en doemscenario’s ongefilterd binnenkomen, dat moment dat je dromend weet dat je eigenlijk wakker bent, met andere woorden,

net voordat de wekker zou gaan, schrok ik wakker. Hebben wij wel een plan B? En ik wist: nee. Er ligt geen plan B klaar.

Toen ik in lichte paniek mijn vrouw wakker wilde maken stootte ik op een plank. Als ze er niet is, leg ik op haar deel van het bed een grote plank waarop dan de boeken, de puzzels, de gedichtenbundels, de mobiel en de iPad, spullen die met elkaar min of meer haar afwezigheid moeten compenseren.

Tja. Als ze er niet is.

Ik sloeg de iPad open en swipete door de krant. Verdomd, de Britten gaan nu op zoek naar plan C. Ik kneep even in mijn arm. Ja, ik was echt wakker. Vergeet plan B.

Leave a Reply