We stonden op station Muiderpoort. We gingen op vakantie. Een grote vakantie. Met koffers. Het was dus voordat we de Ami kregen maar al wel in Nieuwendam woonden. Ik zeg: 1968. Mijn vader was doodsbenauwd dat we onder een trein zouden komen en deed alles om ons af te leiden. Met mij deed hij een wedstrijdje ‘hardlopen’ op het perron.

Het was er leeg. Het was nu eenmaal Muiderpoort op een zomerse dag in de zomervakantie. Misschien was het zo’n prachtige zomer, die had je toen. Misschien was het helemaal geen zomervakantie maar een herfstvakantie. Maar hoe het ook zij, het perron was leeg en we renden van de koffers naar het einde van het perron.

Ik was 10. Hij 41 of 42. Ik won.

Die kick. Maar ook: die schaamte. Dat ik sneller was dan m’n vader. Dat ik van m’n vader won. Achteraf kan het ook maar zo zijn dat hij me liet winnen. Maar hij was geen sportief type en rennen deed hij nooit.

Later kwam ik wel vaker op Muiderpoort als ik met klasgenootjes van de Moreelsestraatschool naar Weesp ging. We legden centen op de rails. Die werden platgereden. En dan gingen we naar Weesp. Mijn vader had het vast niet toegejuicht, die cent op de rails.

Binnenkort ren ik met Lasse naar het Provinciehuis en terug. Ik beloof: ik láát hem winnen. De tekening van Peter van Straten stuurde zijn vader mij.

Leave a Reply