Kordaat, en toch een beetje zoekend, stapte ze uit de trein, mijn oude, stoere, altijd jonge tante Jannie. Ze had niet verwacht dat ik daar pardoes pal voor haar stond. Maar ik wist waar ze zat: eerste klas. Een luxe die ze zich kan permitteren sinds ze de auto de deur uit deed en inruilde voor keuzedagen bij de Nederlandse Spoorwegen.

Hoedje op, handschoenen aan en een boodschappentasje met proviand voor het geval dat.

Ze kwam vanuit het verre Amsterdam ons nieuwe huis bewonderen. En ons Lasse. Zes uur onderweg voor een bezoek van 5 uur. Kan dat uit? Ik geloof het wel. En als je wat op jaren bent, doe je één ding op een dag leerde ik. En neem je de volgende dag vrij. Ja, op jaren zijn heeft voordelen.

En we boften. Alle zonen waren in Stad. En maar liefst 50% van de schoondochters ook. En zelfs Lasse was er, al was die er maar voor een kleine 20%. Het knaapje was koortsig en juist herstellende van een griepje. Hij bekeek haar weliswaar belangstellend maar toch vooral lodderig. Een lachje kon er niet af.

‘wil ik iets griezeligs maken
dan schilder ik gewoon een mens
die een ander mens tegenkomt’

schreef Lucebert in 1961. Het staat in een catalogus van de reizende tentoonstelling uit 1970 die ze voor me meenam, als voorschot op “de doos van Jannie” die daar in Amsterdam op me staat te wachten. Lucebert was een vrolijke man, maar soms wat zwaar op de hand. Het kan ook zijn dat hij gewoon wat koortsig was.

 

 

 

Leave a Reply