Ze werd 60 en vierde het. In Utrecht, in onze studiestad. Er waren zo’n 50 mensen en ik kende hen. Althans, de meeste. Althans, ooit. In ieder geval even. Het was geen reünie voor mij. Met de meeste aanwezigen had ik in al die jaren hooguit een paar woorden gewisseld. Bij een eerdere verjaardag. Bij de begrafenis van haar vader. Bij de promotie. Bij de oratie. Bij de volgende oratie. Bij toeval.

Maar er was veel overlap. We hebben vrijwel allemaal in Utrecht gestudeerd. We zijn er vrijwel allemaal 20 geweest. We gingen allemaal aan het werk en zwierven  uit over het land en verder. Veel van ons kregen kinderen. We werden vrijwel allemaal ouder en ouder en naderen de 60 of waren stiekem die mijlpaal al gepasseerd. Maar hier en nu, in dit feestelijke restaurant, op deze warmste zaterdagavond in oktober ooit, waren we weer 20. Of we elkaar nou ooit kenden, kennen of niet meer, we konden weer samen feest vieren. Eigenlijk was het belangrijkste verschil dat we nu wél met mensen konden praten die lid waren geweest van het Corps of de UVSV. En dat we om 18.00 uur begonnen en om 22.30 uur naar huis gingen. Met de auto.

Toen we thuis kwamen, het was inmiddels zondag, troffen we de keuken in een toestand die mijn vader als “licht wanordelijk” zou hebben aangeduid. Mijn Antwerpse zoon, die hier tijdelijk voor werk is, had van de gelegenheid gebruik gemaakt om wat studievrienden uit Stad uit te nodigen. Hoe konden we daar bezwaar tegen hebben?

Leave a Reply