Op Facebook las ik over een moeder die ten einde raad was: haar zoon kon na de middelbare school niet kiezen uit de verschillende opleidingen. Hij deed inmiddels 3 “tussenjaren” en weet het nog steeds niet. Een vierde tussenjaar dreigt. Ze bekloeg zich over hoe hij z’n talenten verkwanselde: hij kan (volgens zijn moeder) conservatorium doen want hij is bijzonder muzikaal. Hij kan ook de horeca in want hij heeft uitstekende sociale vaardigheden. En er waren meer glorieuze toekomsten voor hem weggelegd aldus moeder. Ze vroeg hem dan ook voortdurend: ‘Wat wil je met je leven?’

Ik heb met de jongen te doen. Want met die vraag maak je het hem ook niet makkelijk. Als je 22 bent weet je wellicht in grote lijnen wat je met de dag van morgen wilt. Tenminste, als het vandaag vrijdag is. Maar wat je met je léven wilt?

Wist ik dat indertijd? Ik betwijfel het.

Ik ben ooit Nederlands gaan studeren zonder heel concrete verwachtingen over wat ik met mijn leven wilde. De studie leek me leuk. Boeken lezen leek me leuk. Erover praten ook. Zo is het gegaan. Van het een kwam het ander. Ik zwierf vrij planloos door het leven. Ik had geen plan A. En al helemaal geen plan B.

Maar het wordt altijd weer vanzelf vandaag. Morgen zien we wel weer verder. We worden vanzelf groot.

Laat hem los, zou ik die moeder willen toeroepen. Hij komt er vanzelf. Een eenmaal in Koningshooikt, Itegem of Bevel ziet hij wel weer verder.

No Comments

Leave a Reply